Band wisselen op je racefiets: zo doe je het stap voor stap

Een lekke band onderweg is vervelend, maar met de juiste aanpak ben je binnen een paar minuten weer op weg. Band wisselen op een racefiets is goed te doen als je weet hoe het werkt. In dit artikel lees je precies welke stappen je volgt, wat je nodig hebt en waar je op moet letten.

Dit heb je nodig

Zorg dat je deze spullen bij je hebt voordat je begint. Onderweg heb je geen fietsenwinkel om de hoek, dus goede voorbereiding is alles.

  • Een nieuwe binnenband (de juiste maat voor jouw wiel)
  • Twee of drie bandenlichters
  • Een minipomp of CO2-patroon
  • Eventueel een reparatieset als noodoplossing

De meeste wielrenners nemen een reservebinnenband mee in hun achterzak of zadeltasje. Dat is sneller dan plakken onderweg.

Het wiel verwijderen

Zet de fiets ondersteboven op het stuur en zadel, of vraag iemand om hem vast te houden. Schakel eerst naar het kleinste tandwiel achter, zodat het wiel makkelijker loskomt. Open daarna de velgrem of druk de remhendel in de ontgrendelstand. Bij een schijfrem hoef je dat niet te doen.

Open de snelspanner of draai de moer los. Trek het wiel voorzichtig naar beneden en uit de vorken. Bij het achterwiel houd je de ketting opzij zodat die niet in de weg zit.

De band van de velg halen

Laat eerst alle lucht uit de binnenband lopen. Duw de ventielkop in als je een Presta-ventiel hebt, of druk op het metalen pinnetje bij een Schrader-ventiel. Wacht tot de band helemaal leeg is.

Pak een bandenlichter en haak die achter de buitenband, tussen de band en de velg. Duw de lichter omlaag en haak hem vast aan een spaak. Doe hetzelfde een stukje verderop met een tweede bandenlichter. Werk dan met één lichter langs de velg totdat de band aan één kant los is. Trek daarna de binnenband eruit, begin bij het ventiel.

Controleer nu de buitenband van binnen op de oorzaak van de lekke band. Voel voorzichtig met je vingers aan de binnenkant van de buitenband langs de hele omtrek. Zit er nog een spijker, steentje of glasscherf in? Verwijder die eerst, anders gaat je nieuwe binnenband ook meteen lek.

De nieuwe binnenband erin monteren

Blaas de nieuwe binnenband een klein beetje op. Niet hard, alleen net genoeg zodat hij zijn vorm aanneemt. Dit voorkomt dat hij straks krom komt te zitten in de buitenband.

Steek het ventiel door het gat in de velg. Werk daarna de binnenband rondom in de buitenband, begin tegenover het ventiel. Zo zit er minder spanning op de band als je aan het ventiel aankomt.

Zodra de binnenband er helemaal in zit, duw je de buitenband terug op de velg. Begin ook hier tegenover het ventiel en werk met je duimen langs beide kanten tegelijk. Het laatste stukje bij het ventiel is altijd het lastigst. Duw de band stevig met je duim over de velgrand. Gebruik hiervoor bij voorkeur geen bandenlichter, want daarmee kun je de binnenband beschadigen.

Let goed op dat de binnenband nergens ingeklemd zit tussen de buitenband en de velg. Controleer dit door de buitenband rondom licht te knijpen en te controleren of de band recht zit.

Oppompen en het wiel terugplaatsen

Pomp de band op tot de juiste spanning. De aanbevolen bandenspanning staat op de zijkant van je buitenband. Racefietsbanden rijden doorgaans op een hogere spanning dan stadsfietsbanden. Gebruik een pomp met manometer om de druk goed af te lezen.

Plaats het wiel terug in de vorken, zorg dat de ketting er goed omheen zit bij het achterwiel. Sluit de snelspanner stevig, maar niet zo hard dat je hem niet meer open krijgt. Controleer of het wiel recht staat en niet scheef in de vorken zit. Sluit daarna de remmen weer.

Controleer voor je verdergaat

Voordat je weer opstijgt, doe je nog een snelle check:

  • Zit het wiel recht en stevig vast?
  • Zijn de remmen goed gesloten?
  • Is de band opgepompt op de juiste spanning?
  • Zit er nergens een deel van de binnenband buiten de buitenband?
  • Draait het wiel gelijk zonder te schuren langs de rem?

Als alles klopt, kun je rustig starten. Rij de eerste minuten wat voorzichtiger aan om te voelen of alles goed zit.

Oefenen loont

Band wisselen bij een racefiets is een vaardigheid die je thuis kunt oefenen. Doe het een paar keer rustig in je garage, dan gaat het onderweg een stuk sneller en minder stressvol. De meeste mensen die er wat handigheid in hebben, zijn er in vijf tot tien minuten mee klaar.

Veelgestelde vragen

Kan ik onderweg ook plakken in plaats van de binnenband vervangen?
Plakken onderweg is mogelijk, maar kost meer tijd dan een band wisselen op een racefiets. De meeste wielrenners kiezen voor een reservebinnenband om sneller verder te kunnen rijden. Thuis kun je de lekke band dan alsnog plakken en gebruiken als volgende reserveband.

Hoe weet ik welke maat binnenband ik nodig heb?
De juiste maat binnenband staat op de zijkant van je buitenband. Je ziet daar een getal zoals 700×23 of 700×28. Koop een binnenband die past bij die afmetingen. Let ook op het ventieltype: de meeste racefietsen gebruiken een Presta-ventiel, dat is het smalle ventiel met een kleine moer bovenop.

Mag ik een bandenlichter gebruiken om de band terug op de velg te duwen?
Het is beter om dat niet te doen. Met een bandenlichter kun je de nieuwe binnenband per ongeluk beschadigen of doorprikken. Gebruik je duimen en werk de band stukje voor stukje over de velgrand. Het laatste stukje vraagt wat kracht, maar gaat zonder gereedschap minder snel mis.

Hoe vaak moet ik de banden van mijn racefiets vervangen?
Wanneer je buitenband aan vervanging toe is, hangt af van hoe vaak je rijdt en op welk soort ondergrond. Een duidelijk teken is als de loopvlak vlak en kaal wordt, of als je regelmatig lekke banden krijgt. De binnenband vervang je bij elke lekke band, of eerder als je schade ziet.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven